Snelle interventie bij re-integratie helpt.

Eén van de doelstellingen van het brancheloket is het snel en efficient vaststellen welke vervolgactiviteiten nodig zijn voor een optimale re-integratie bij arbeidsongeschiktheid. Dat een snelle interventie echt helpt, illustreren onderstaande praktijkvoorbeelden.

Praktijkcases 

Casus 1

Een werknemer (architect, man) uit het noorden van het land heeft zich ziek gemeld met klachten van de nek en schouderpartij, met uitstraling naar zijn rechterhand. Hij is al enigszins op leeftijd en is recentelijk overgegaan van het voornamelijk werken aan de tekentafel naar het regelmatig werken op de computer.

De werknemer heeft last van pijn in de nek en schouders met tintelingen in de rechterarm en hand. De klachten nemen toe naarmate de week vordert en verminderen in het weekend.

Nadat de werknemer bij de bedrijfsarts op het spreekuur is geweest,  blijkt dat hij last heeft van CANS (Complaints of Arm, Neck & Shoulder) – voorheen RSI geheten. De bedrijfsarts adviseert een werkplekonderzoek te laten uitvoeren door een ergonoom. Bij dit onderzoek blijkt onder andere dat het beeldscherm te hoog staat en dat zijn stoel niet goed is ingesteld.
Hierdoor bouwt er spanning op in de nek en schouders, waardoor de  klachten zijn ontstaan.

Na één week volledig verzuim en een korte opbouwfase van twee weken, heeft de werknemer zijn werkzaamheden hervat. Hij heeft sinds de interventie (nu acht maanden geleden) geen vergelijkbare klachten meer gehad.


Casus 2

Een werknemer (architect, vrouw) uit  Brabant is uitgevallen met psychische klachten. De klachten zijn zowel werk als privé gerelateerd. De werkdruk is voor de werknemer erg hoog, omdat haar collega met zwangerschapsverlof is en zij naast haar eigen werk ook een deel van de werkzaamheden van haar collega er overneemt.
De werknemer heeft moeite om binnen het bureau kenbaar te maken dat zij de hoge werkdruk niet lang meer kan volhouden, omdat zij het bedrijf samen met haar broer en zwager heeft overgenomen van haar vader. Zij wil niet laten merken dat ze het niet aankan.
Privé gaat het ook niet goed met de werknemer. Haar man is recentelijk uit huis gegaan en wenst het huwelijk te ontbinden. De werknemer staat nu alleen voor de opvoeding van haar twee kinderen van 5 en 8 jaar oud.

Na een grondige analyse door de bedrijfsarts, die al na drie werkdagen plaatsvind, is de werknemer doorgestuurd naar de bedrijfsmaatschappelijk werker. Na de intake is een traject gestart van zes sessies. Hierbij heeft de werknemer onder andere handvatten gekregen met betrekking tot het duidelijk aangeven van grenzen.

Na twee weken hebben de bedrijfsarts en werknemer de voortgang geëvalueerd. Hierna is begonnen met een opbouwschema om te re-integreren. Na enkele gesprekken op het bureau tussen werknemer en werkgever is, mede op advies van de bedrijfsarts, besloten dat werknemer op termijn één dag in de week minder gaat werken. De werknemer is begonnen met halve dagen werken gedurende de eerste week. Na vier weken is de werknemer volledig hersteld.